Mozes zei het ook al

Dit ‘plaatje’ heb ik vaak gezien.
Het is van een raam in de aula van de Theologische Universiteit in Kampen in de jaren dat ik daar studeerde.
Tijdens toespraken die voor mij te ingewikkeld waren heb ik het goed in me opgenomen…

Mozes en Paulus (v.l.n.r.) staan er op.
De eerste met ‘zijn’ stenen tafelen, de tweede sprekend, met een boekrol in zijn hand.
En daarbij het bekende bijbelvers dat je tegenkomt in een toespraak van Mozes.
Eeuwen later  wordt het aangehaald in een brief van Paulus: Dichtbij u is het woord. 

Mozes is de man die meer dan 40 jaar onophoudelijk de Israëlieten heeft willen overtuigen van Gods kracht.
En van zijn aanwezigheid.
Lastig punt voor die tijd was dat ze geen beeld van hun God hadden.
Dat mochten ze ook niet hebben.
Gods woorden waren genoeg.
Onderstreept door zijn daden natuurlijk!

Die Mozes leerde de Israëlieten dat ze wel heel dankbaar mochten zijn voor die woorden van God.
Ik citeer hem:

Zoals de HEER, mijn God, mij heeft opgedragen leer ik u wetten en regels waarnaar u moet handelen in het land dat u in bezit gaat nemen.
Leef ze strikt na, dan toont u wijsheid en inzicht.
Alle volken die dat zien en van deze wetten horen, zullen zeggen: ‘Wat is dat grote volk wijs en verstandig!’ …
En welk volk, hoe groot ook, heeft wetten en regels, zo rechtvaardig als het onderricht dat ik nu geef?

(Deuteronomium 4:5-8).

Als Israël zou luisteren naar Gods geboden zou het een goede indruk maken bij de buurvolken!
Reclame voor de HEER zouden ze dan zijn.

Ze hebben het bepaald niet altijd gedaan.
Helaas.

Maar wat Mozes hun meegaf lijkt al op het onderwijs van de Heer Jezus en zijn leerlingen: Je verspreidt licht als je christelijk leeft en je gedraagt naar Gods wil.
Het zal opvallen, het zal worden herkend.
Mensen zullen toegeven dat het mooi is.

Wel bemoedigend, vind ik.
Als je meemaakt dat er negatief over christelijk geloof en christelijk leven wordt gepraat en geschreven.
Alsof het achterlijk is, of erger, gevaarlijk.
Slecht voor de samenleving.

Dat is het dus niet!
Doen wat God wil is goed en gezond.

Er moet wel iets bij worden gezegd.
Christenen wekken soms ten onrechte de indruk dat zij beter zijn dan anderen. Dat ze moreel superieur zijn – zo wordt het wel eens verwoord.

Helemaal voorkomen kunnen we dat niet, denk ik.
Sommigen willen nu eenmaal niet weten hoe het echt zit.

Maar wie ons beter leert kennen moet merken dat wij bescheiden zijn over onszelf, maar heel groot denken van God.

Uiteindelijk hebben wij het licht niet bedacht of ontwikkeld door onze levensstijl.
God heeft het licht laten worden.

De wet van de HEER is volmaakt:
levenskracht voor de mens.
De richtlijn van de HEER is betrouwbaar:
wijsheid voor de eenvoudige.
De bevelen van de HEER zijn eenduidig:
vreugde voor het hart.
Het gebod van de HEER is helder:
licht voor de ogen.
Psalm 19:8-9

Dit gaat wel erg diep!

Hetzelfde plaatje als gisteren.
Is geen vergissing.
Ik blijf nog even in hetzelfde stukje uit de Bijbel over het offer van ons leven.

Na de tekst van gisteren komt dit:
U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen.
(Romeinen 12:2)

Dat is nou niet een uitdrukking die we iedere dag gebruiken: uw gezindheid te vernieuwen.
Maar je snapt vast wat ermee wordt bedoeld: je moet van binnen anders worden.
En dan gaat je gedrag natuurlijk ook op de schop.

Wat God bij ons wil bereiken gaat heel ver (zie gisteren), maar het gaat ook heel diep: Hij wil ons hart vernieuwen.
Hij wil nieuwe mensen van ons maken.
Wat Hij vroeger al zei tegen Israël: Ik wil jullie hart besnijden, ik wil jullie leren dat je diep van binnen ontzag voor Mij hebt. Dat je met je verstand, je gevoel en je wil de keus maakt voor Mij.

Create in me a clean heart, o God, and renew a right spirit within me!
Een gebed uit het Oude Testament al. Psalm 51:
Van David:
“toen de profeet Natan hem had bezocht, nadat hij met Batseba geslapen had.”

Davids gezindheid moest vernieuwd worden.
Hij moest gaan inzien dat de manier waarop hij de vrouw van één van zijn officieren had ingepikt wel normaal was in de wereld van toen, maar niet acceptabel in Gods ogen.
Hij moest ophouden zich aan te passen aan de wereld om hem heen en leren om vanuit een gereinigd hart God te gehoorzamen.

De HERE God is niet in de eerste plaats geïnteresseerd in ons gedrag, maar in ons hart.
Als je diep van binnen net zo bent als mensen die niet in Hem geloven –net zulke idealen, net zulke ideeën over geluk, over waar het om gaat in het leven- dan ga je voor de bijl: waar je hart vol van is blijkt in je gedrag.

Je merkt het zelf, ten minste als je erop wilt letten: als je binnenste voller wordt van God, krijgen slechte dingen minder vat op je.
En wat goed is groeit juist!
Je wordt prettiger, nederiger, vriendelijker, geduldiger, genadiger, vredelievender.
Het lukt je beter om niet te bezwijken voor verleiding.

Kortom: als je van binnen vol wordt van God word je naar buiten toe meer een lichtje!

Om het te bereiken moet je dus niet ontzettend je best gaan doen. Je moet vragen of God het je wil geven.

Maak je eigen wat David bidt:

Schep, o God, een zuiver hart in mij,
vernieuw mijn geest, maak mij standvastig.
Verban mij niet uit  uw nabijheid,
Neem uw heilige geest niet van mij weg.
Red mij, geef mij de vreugde van vroeger,
de kracht van een sterke geest.
Psalm 51:12-14

Dit gaat wel erg ver!

Licht verspreiden.
Liefde laten zien.
De goede dingen doen voor God en de mensen.
Wanneer en waar moet ik dat doen?
Hoever gaat het?

Heel ver.
God vraagt alles van ons.
Hij wil ons helemaal.

Een sprekende tekst in dit verband:
Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u.
(Romeinen 12:1)

Jezelf offeren dus.
Een offer dat levend, heilig en God welgevallig is.

Vroeger, in de tijd van het Oude Testament, werd het offer gedood.
Dat hoeft niet meer.
Jezus heeft zijn leven gegeven.

Heilig waren de offers vroeger ook.
Echt voor God bestemd.
Zo is het offer nu nog heilig.

En God welgevallig.
Ja, dat lees je vaak in het eerste stuk van de Bijbel.
Simpel gezegd: God beleefde plezier aan de offers van Israël.
Aan de geur, aan de manier waarop het offer werd gebracht.
Zo beleeft Hij er ook plezier aan als wij het offer brengen.

Alleen, je bent nu dus zelf het offer.
Jouw eigen ik is het offer.
Je geeft niet iets, niet veel.
Niet heel veel.
Je geeft jezelf.
Alles dus.

Geen idee wanneer je dit leest.
Misschien ’s morgens al.
Denk dan eens na over de dag die net begonnen is.
Daarover nadenken kun je trouwens ook op andere momenten.
Bedenk dat God verwacht dat jij de dingen doet op zo’n manier dat je leven een offer aan Hem is.

Wij maken –onbewust- vaak verschil tussen gewone dingen en dingen die met God te maken hebben.

Zo’n onderscheid is er dus niet.
Het is de kunst om bij alles aan de bedoeling van God en je verbondenheid met Hem te denken.

Daar kun je natuurlijk niet op ieder moment bewust bij stilstaan.
Doe het daarom op sommige momenten wel heel bewust.
Dan zul je merken dat het steeds meer ‘vanzelf’ gaat.
Ik zet dat woord tussen hoge komma’s, want het gaat natuurlijk helemaal niet vanzelf.
Het is de heilige Geest die bezig is je te veranderen.

Leven met God gaat heel ver.
Alles knapt ervan op!

Een link: https://www.youtube.com/watch?v=_B29sQeEyYQ

Misschien kun je al luisterend het tot jouw gebed maken!

Jouw gekleurde bril zie je meestal zelf niet!

Ze was altijd heel aardig.

Die ene keer na de dienst niet.
Ik had gepreekt.
Het verschil tussen christenen en ongelovigen was aan de orde geweest. Volgens haar had ik de niet-christenen te zwart afgeschilderd.
“Alsof wij alleen maar voor leuke dingen en lol gaan”, zei ze boos.

Ineens had ze het over ‘wij’.
Ze was op weg om lid van de gemeente te worden, maar had van huis uit niets van het geloof meegekregen.
En nu verdedigde zij haar mensen tegenover de dominee, die –moest ik toegeven- hen bij het maken van de preek inderdaad door een gekleurde bril had gezien. De nuance had ontbroken…

Het is me bij gebleven. Sinds die dag doe ik extra mijn best om, als het over anderen gaat, hen zo te beschrijven dat ze het zelf ook zouden mogen horen. Nog moeilijk genoeg trouwens.
De ellende met een bril, dus ook met een gekleurde, is dat je pas ziet wat je op had als je hem hebt afgezet.

Wat ik nu maar wil zeggen is, dat er in de wereld om ons heen veel mensen zijn die niets met God en/of kerk hebben, maar die wel liefdevol zijn, trouw, eerlijk en dergelijke.
Nogal logisch, denk je, dat weet toch iedereen.

Nou het kan zijn dat wat we uit de Bijbel leren over aard van de mens –weet je wel: naar mijn  aard erop uit om God en mijn  naaste te haten; beruchte zin vol waarheid in de Catechismus- dat dit de bril wordt waardoor wij kijken.

En dan vergeet je je gemakkelijk dat in zo’n mensheid ook normen zijn en waarden. Dat veel mensen gewetensvol willen handelen en veel over hebben voor anderen.
Sommigen hebben dat wel ‘algemene genade’ genoemd: God werkt ook in zulke mensen met zijn genade.
Anderen vonden het woord genade niet op zijn plaats in dit verband.
Laat maar zitten, dat is een theologen-discussie.

Punt is dat God in zijn goedheid zo werkt dat ook bij mensen die Hem niet respecteren een levensstijl voorkomt die past bij zijn regels.
Alsof ze in hun innerlijk aanvoelen hoe het moet.
Beseffen wat wel en niet door de beugel kan.

Anders zouden niet-christenen trouwens ook niets kunnen begrijpen van jouw christelijke levensstijl. Nu merk je best vaak dat ze het waarderen hoe jij bent en hoe je keuzes maakt.
Dat heeft dus te maken met dit besef van wat goed en waardevol is.

Eén van de dingen waar we deze week over nadenken is het vooroordeel dat anderen hebben over ons.
Ik wilde eerst maar even dat andere vooroordeel bespreken.

Tip: kijk regelmatig in de spiegel, voordat een ander moet zeggen dat je een gekleurde bril op hebt.

Ik spreek uit ervaring…

Mensen die niet als Jood geboren zijn kennen de Joodse wet niet.
Maar stel dat ze toch leven zoals de wet het bedoelt.
Dan zie je aan hun daden dat ze de wet in hun hart hebben.
Diep van binnen weten ze wat goed en slecht is.
In gedachten geven ze een eerlijk oordeel over hun eigen daden.

Romeinen 2:14-15 (BGT)

 

EN WIE BEPAALT DAT?

Een vraag.
Is iets goed omdat God het goed noemt, of noemt God iets goed omdat het goed is?
Oké, ik snap dat je deze zin nog eens moet lezen.
Maar echt waar, dit is een vraag die in de loop van de geschiedenis meer dan eens opduikt.

Laat ik een voorbeeld geven.
Mensen moeten elkaar helpen. Dat is goed.
Heeft God opdracht gegeven om hulpvaardig te zijn en is het daarom goed?
Of zag Hij dat hulpvaardigheid een mooie eigenschap is en heeft Hij het daarom geboden?
Nog eentje: is stelen fout omdat God het niet wil, of wil Hij het niet omdat het slecht is?

Nou, het begint mij al weer te duizelen…
Dit zijn vragen uit de vreemdeproblemencategorie.
Bekend ander voorbeeld: kan God een steen maken die Hij zelf niet kan optillen?
Ook echt aan de orde geweest in het verleden.

Ik gun de discussie over dit soort vragen aan de liefhebbers. Als ze er een stukje over schrijven dat ik onder ogen krijg, zal ik het vast lezen.
En proberen het te begrijpen.

Maar op de achtergrond speelt de vraag wat echt goed is.
En wie dat bepalen mag.
Bij de beantwoording van die vraag maakt het nogal uit welke rol je weggelegd ziet voor onze Schepper en Verlosser.

Vanuit ons christelijk geloof kiezen wij voor gehoorzaamheid. Gehoorzaamheid aan God.
Hoe die moeilijke vraag van hierboven ook beantwoord wordt, Hij heeft het over ons te zeggen. Zijn leefregels gelden.

In de Bijbel is Gods gezag vanzelfsprekend. Niet dat de mensen in de Bijbel Hem altijd gehoorzamen – was dat maar waar. Maar dat God gezag heeft is buiten kijf.

Ik vind dat een fijn houvast. Niet dat je altijd direct weet wat je moet doen. Of hoe je iets moet benaderen. Als je christen bent heb je echt niet altijd onmiddellijk het antwoord.

Je mag wat mij betreft de christenen die altijd weten hoe het moet wel een beetje wantrouwen.

Maar je weet wel dat het je opdracht is om lief te hebben.
God en je medemens liefhebben.
Beide even belangrijk.

En je weet dat liefde in de praktijk betekent dat je vrede sticht, respect laat zien, geduld hebt, trouw bent, bescheiden, zorgvuldig enzovoort…

Als wij het licht in de wereld willen zijn, moeten we de goede dingen doen.
En de foute dingen achterwege laten.

En onze God bepaalt wat goed is.
Hij kan dat echt veel beter dan wij!

… de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft.
Galaten 5:22

Softie! Watje!

Vrienden, jullie laten je leiden door de heilige Geest.
Maar stel dat iemand van jullie toch iets verkeerds doet.
Dan moeten jullie hem op een vriendelijke (zachtmoedige) manier helpen om weer het goede te doen.
Pas ook op dat je zelf geen verkeerde keuzes maakt.
Help elkaar altijd.
Dan leef je volgens de wet van Christus.
En denk niet dat je zelf beter bent dan anderen.
Want dan bedrieg je jezelf.
Kijk juist kritisch naar de dingen die je doet.
Misschien kun je soms trots zijn op jezelf.
Laat dat dan niet aan anderen merken.
Want God zal je beoordelen op je daden.
(Galaten 6:1-5)

Zachtmoedig zijn…
Altijd helpen…
Kritisch zijn op jezelf…

Pfff – da’s zo’n beetje het tegenovergestelde van stoer.
Als je altijd zo doet, ben je een ‘watje’, een slappe sukkel.
En dan zeg ik ’t netjes – volgens mij weet je zelf nog wel een paar andere woorden ervoor…

Klopt wel, inderdaad.
Mensen, die serieus Christen willen zijn, raken hier wel eens van de war.
Die denken dan dat je er eigenlijk niks van mag zeggen, als iemand iets verkeerd doet.
Je doet zelf ook genoeg fout, ja…
En als jij dat niet denkt, zegt die ander dat wel!

Lastig.

Maar ik zou er niet over beginnen als ik je niet verder kon helpen – duh ?

Als Jezus of Paulus het over ‘zachtmoedig’ hebben, gebruiken ze een woord dat veel mensen (Romeinen!) niet positief vonden.
Dat waren rare jongens, zoals je weet.
En wilden het liefst ook stoer zijn: zelfbewust, trots, enz.
Een beetje net als veel mensen vandaag.
Gelukkig hebben we niet alleen veel van de Romeinen geërfd (goeie wetten!), maar ook van de Grieken.

Eén van hen, Aristoteles, had lang nagedacht over wat ‘goed’ is en ‘slecht’.
En hij gebruikt datzelfde woord (zachtmoedigheid) juist in een heel positieve zin.
Hij zegt: als iemand iets verkeerds doet, kun je verschrikkelijk boos worden.
In één woord: driftig.
Da’s niet goed.

Maar, zegt-ie: het tegenovergestelde ook niet.
Namelijk dat je er maar helemaal niks van zegt!
Da’s niet goed voor jou, en ook niet voor die ander…
De kunst is, volgens hem, om zonder pissig of arrogant te worden, wel aan te geven dat, en hoe, iemand jou kwetst of benadeelt.
Of, zichzelf in de nesten werkt.

Dat, zegt hij, noemen we ‘zachtmoedigheid’!
En al kende die man Jezus niet, volgens mij geeft hij heel precies wat Jezus bedoelde.
En wat Jezus zelf ook deed!

Als iets niet deugt, zeggen dus!
Kies je moment (liefst onder vier ogen, zegt Jezus).
Bewaar je kalmte (anders zeg je vaak domme dingen).
En noem de dingen bij de naam (niet ‘jij bent slecht’, maar: ‘wat je doet, kan niet’).

Dan doe je en jezelf een plezier en je naaste.
En: God!
Zachtmoedigheid is namelijk een bewijs dat Gods Geest in jou bezig is ?

Zoals de waard is…

 

We vallen even midden in een Bijbelverhaal:

… Op een dag kreeg de rijke man bezoek.
Hij wilde een maaltijd klaarmaken voor zijn gast.
Maar hij wilde niet één van zijn eigen dieren slachten.
Daarom pakte hij het lammetje van de arme man, en maakte daar een maaltijd van voor zijn gast.’
David werd kwaad op de rijke man, en zei tegen Natan:
‘Zo zeker als de Heer leeft: de man die dat gedaan heeft, moet gedood worden!
En hij moet de arme man vier keer zo veel geld betalen als het lammetje gekost heeft.
Want hij pakte dat lammetje af zonder medelijden te hebben met de arme man.’
Toen zei Natan: ‘U bent net als die rijke man!’
II Samuël 12

Dit gaat natuurlijk over David die met de vrouw van de buurman naar bed is geweest.
En voor het gemak heeft hij de buurman zelf maar laten vermoorden…

Later vertelt David dat hij zich daar in die tijd niet echt lekker bij voelde (lees Psalm 32 maar).
Hij lag er wakker van, voelde zich schuldig en was chagrijnig.
Maar: hij deed er verder niks aan!

En dan komt Natan met dat fake news over die rijke kerel en dat schaap…
En David ontploft!
“Weg met die man! Hak z’n kop eraf!” 

“Uhmm… Koning, U bent die man…”

Oeps…

***

Snap je waarom David zo reageert?
Niet ‘zachtmoedig’, maar hardvochtig: als een tiran, als een dictator!

Ik denk dat jullie slim genoeg zijn om ’t door te hebben.
En dat jullie ook jezelf wel genoeg kennen om dit te herkennen…
Toch?

David heeft last van een slecht geweten.
Stiekem is hij gewoon bang voor de gevolgen…
En omdat-ie daar niks mee doet, reageert hij dat af op een ander.
Met agressie en overdreven gedoe: ‘kijk mij eens een goeie koning zijn!’

Ik herken dat wel…
Je bent boos op jezelf, of van binnen ergens bang voor…
Je doet er niks mee, en de eerste die maar verkeerd naar je kijkt, is de … pineut!
“Ja, maar ik deed niks…”
“Hoezo niks, jij… [vul maar in]

 Zo beginnen heel veel ruzies.
Niet omdat er echt iets is gebeurd, maar: omdat jij -zeg maar- niet lekker in je vel zat.
Dat kun je dus voorkomen.
Door iets te doen met de oorzaak van de onrust bij jou vanbinnen.

David heeft ’t door hier – eindelijk?
Hij gaat op de knieën en smeekt God om vergeving…
En dan -duurt wel ff, maar toch- vindt hij weer rust.
En kan hij weer de koning (mens) zijn, die hij moest zijn: rechtvaardig en zachtmoedig.

De clou: wat je ook dwars zit, waar je je ook voor doodschaamt, wat het ook is dat je wakker laat liggen – neem het mee naar God!
Probeer niet stoer te zijn…
Denk niet dat het alles zelf kunt of moet oplossen…
Zoek God, klop bij Hem aan…
En, zei Jezus zelf, je zult Hem vinden!

Vergeving, hoop, nieuwe moed, troost, liefde – jij en ik, we hebben dat allemaal nodig.
Van andere mensen, zeker.
Maar om te beginnen van God.

Ga naar Hem toe met lege handen (zonder trots en zonder eisen) – en Hij laat je niet met lege handen staan.
Nooit.

Laten we daarom vol vertrouwen leven als volk van God.
En als het nodig is, helpt ​Jezus​ ons.
Want hij is onze ​hogepriester.
Hij heeft medelijden met ons, en hij is goed voor ons.
Hebreeën 4:16

Mozes!

“Mozes​ was een zeer bescheiden man – niemand op de hele wereld was zo bescheiden als hij.”
Numeri 12:3

Mozes?
Bescheiden?
Zachtmoedig?

Wacht ff!
Dat was toch de man die een Egyptenaar letterlijk had doodgeslagen?!
Enne: hij was ’t toch ook die met z’n kwaaie kop water uit de rots sloeg, alsof-ie God zelf was?!

O ja, da’s waar ook.

En toch staat ’t er.
Want hij was ‘t.
Was ’t geworden.
Meestal…

Kijk, eigenlijk was ’t niet zo vreemd dat Mozes af en toe pissig werd, als-ie z’n zin niet kreeg.
De eerste veertig jaar van z’n leven leeft-ie als een prins.
Letterlijk.
Alles wat hij wil, gebeurt.
Alles wat hij hebben wil, krijgt hij.
En al ben je dan misschien niet zo geboren, de kans dat je dan een verwend nest wordt, is best groot.
Verwend, egoïstisch, arrogant.

Alleen: God wil Mozes wel gebruiken.
Hij moet straks dat aparte volk dwars door de woestijn gaan brengen!

En God –denk aan gisteren!- wil geen hoogmoedige leider en voorbeeld voor Israël.
Integendeel.

En, dus, leert Hij Mozes een toontje lager zingen…

Beetje lange les wel: veertig jaar!
Veertig jaar rondsjouwen met een stel eigenwijze schapen in een dor en droog land.
Oeff…

Maar: hij leert ‘t ?
Hij leert geduldig te zijn: alles op z’n (Zijn!) tijd.
Hij leert bescheiden te zijn: God zal hem en z’n volk wel verdedigen als ’t nodig is.
Hij leert zich in te leven in een ander – toch wel prettig voor iemand die Rijdende Rechter moet zijn voor een compleet volk…

Kortom: al ben je van huis niet erg bescheiden, er is hoop voor je 😉
In Galaten 5 wordt ‘zachtmoedigheid’ (bescheidenheid) genoemd als iets dat hoort bij de ‘vrucht van de Geest’.
Simpel gezegd: als je op Jezus durft te vertrouwen, gaat Hij steeds meer invloed op je uitoefenen.
Hoe meer je met Hem omgaat, des te sterker het effect.

Onder andere: in bescheidenheid, zelfs al ben je dat niet van jezelf.

Oké, sommigen hebben minstens een derde van hun leven nodig om ’t te leren.
Maar al is dat zo, dan verkeer je in goed gezelschap: Mozes!

Hem kon God daardoor goed gebruiken.
En waarom zou dat bij jou anders zijn?

Dankzij Jezus is er hoop.
Voor elk mens.
Op elk moment.

YESSS!

De brutalen hebben de halve wereld – not!

“Als je uitgenodigd wordt voor een feestelijke maaltijd, ga dan niet op de beste plaats zitten.
Want er kan een gast komen die belangrijker is dan jij.
Als jij dan op de belangrijkste plaats zit, komt de man die het feest geeft naar jou toe.
En hij zal zeggen: ‘Je moet opstaan voor mijn andere gast!’
Dan moet jij op de slechtste plaats gaan zitten, en lacht iedereen je uit.
Als je uitgenodigd wordt, kun je beter op de slechtste plaats gaan zitten.
Want dan komt de man die het feest geeft naar jou toe met de woorden: ‘Beste vriend, kom hier op een betere plaats zitten!’
Dan zullen alle andere gasten zien hoe jij gewaardeerd wordt.
Want God zal iedereen die zichzelf geweldig vindt, onbelangrijk maken.
En juist mensen die zichzelf niets waard vinden, die zal God belangrijk maken.”
Lukas 14:8-11

Vandaag een iets langer stukje.
Van de Heer Jezus zelf.

Vraagje: hoe zou jij dat aanpakken in deze situatie?
Pik je zo snel mogelijk de mooiste plek in?
Of laat je de anderen voorgaan?

Dezelfde vraag komt op tig momenten terug.
Een schaal met verschillende gebakjes op een verjaardag…
Feestje: een volle tree Schultenbräu, en nog twee Heineken…
In de trein/bus: één zitplaats, twintig die ‘m willen…

Veel mensen denken: tja, da’s een kwestie van karakter.
De één is bijdehand en grijpt de kans, zo gauw hij ‘m ziet.
En nummer twee denkt eerder: “Nou ja, laat maar…”
Zo ben je, of zo ben je niet!

Oké, oké, da’s voor de helft waar.
Soms hebben we voor goeie dingen onze aanleg mee.
Sommigen zijn muzikaal geboren, anderen niet.
Alfa’s hebben iets met letters, beta’s iets met cijfers.
Je hebt ook Maria’s en Martha’s 😉
Enzovoort.

Maarrr: da’s toch echt maximaal de helft van het verhaal.
“Ik ben nu eenmaal zo (brutaal, driftig, egoïstisch, …)” is geen excuus om dat te blijven!
In elk geval niet in Gods ogen…

Jezus zegt:
Het echte geluk is voor mensen die vriendelijk (zachtmoedig) zijn.
Want aan hen zal God de aarde geven.
Matteüs 5:5.

En dat Hij dat zegt, is niet echt iets nieuws in de Bijbel.
Van Genesis tot Openbaring zie je dat God dat zegt, en ook zo doet.
De ‘kleinen’ maakt Hij groot.
En de ‘groten’ laat God een toontje lager zingen.

Misschien ben je wel niet zo bescheiden of zachtmoedig aangelegd.
Of heb je het idee, dat je op die manier niks bereikt in je leven.
Dat wordt ook vaak gezegd in deze tijd:
“Als jij niet voor jezelf zorgt, doet niemand dat”, enzo.

Klinkt logisch.
Als je van God niks wil weten, tenminste…

Het punt is alleen: niet mensen, maar Hij bepaalt jouw en onze toekomst!
Geloof dat, en zachtmoedigheid en vriendelijkheid klinken opeens veel beter
Het zal je de wereld opleveren straks!

Enne, voor dit leven?

Nou, vraag jezelf eens: wat voor mens heb ik liever als vriend (of buurman)?
De ego, de patser, de betweter, de Joop of Truus die altijd z’n oordeel klaar heeft?
Of degene met -onder welk uiterlijk ook- het warme hart, de stille kracht, de mens die nooit voordringt?

Ik weet ‘t wel ?
God ook.
?

 

Assumption is the mother of all screw-ups.

 

Veroordeel andere mensen niet, dan zal God jou ook niet veroordelen.
Want zoals jij kritiek hebt op andere mensen, zo zal God kritiek hebben op jou.
En God zal jou beoordelen zoals jij andere mensen beoordeelt.
Matteüs 7:1,2

Een verhaaltje van vroeger eerst.
Van lang geleden, toen ik een jaar of 16 was, en m’n vader dominee in Groningen.

Zondagavond.
De telefoon gaat.
M’n vader pakt de telefoon op.
Zegt 5 minuten bijna niks.
Af en toe ‘ja, maar’ en ‘nee, echt niet’.
En toen opeens: klaar.
Maar aan z’n hoofd kun je wel zien dat het gesprek niet helemaal lekker liep…

Wat was het verhaal?
Hij had ’s middags gepreekt in een dorp in de provincie.
De beller was een vrouw.
Een hele boze vrouw.
Want: dominee had met anderen over haar geroddeld en dat zelfs zo in de preek verwerkt dat iedereen wist dat ’t over haar ging…

Da’s niet fijn, natuurlijk.
Behalve dan dat m’n vader geen idee had over wie of wat ’t ging!
Blijkbaar had de preek ‘per ongeluk’ een pijnlijke plek geraakt.
Maar ‘per ongeluk’ – daar houden we niet van, en dus moest er opzet in het spel zijn…

Waarom vertel ik dit?
Nou, omdat ’t volgens mij een aardig voorbeeld is van ‘oordelen’.
Zonder dat je de (hele) situatie van iemand kent, heb je je oordeel klaar.
En dan zit je er -dus- half of helemaal naast.

Dom van jou.
Minstens onprettig voor die ander.
Simpel: niet doen, dus!

Tja…
Toch – toch doen we ’t bijna vanzelf!
Zonder reden gaan we zomaar uit van het slechtste bij een ander.
Uit angst bijvoorbeeld, omdat we ‘t niet leuk vinden wat-ie zegt of doet.
Of omdat die ander niet bij ‘ons soort mensen’ hoort.

Als een Ajax-speler een dikke overtreding maakt op een PSV-er, dan is dat per ongeluk.
Uiteraard!
En als ’t omgekeerd is, is het met opzet.
Uiteraard!

Dat dus!

* * *

Ja, maar…
Ja, maar mag je dan van Jezus niks verkeerd vinden en nergens iets van zeggen?
Jawel.
Als ’t nodig (!) is, mag je best uitleggen waarom iets (≠ iemand!) niet deugt.

Maar, zoals onze opa’s en oma’s terecht al zeiden:
“Als er één vinger naar de ander wijst, dan wijzen er drie naar jezelf!”

Als je dat snapt en toepast, ben je weer een stapje verder in zachtmoedigheid.

Lichter in jezelf.
Lichter voor een ander.

Just try it!